Alles over slotenmaker Maaseik

De heidense Bellona verdreef dus de heilige Clara. Dit stille verblijf over de nonnen, welke zichzelf Clarissen noemden, werden herschapen in een bewaarplaats van grondstoffen waaruit buskruit geschapen kon geraken. Het dankte het tussen meer met een helse uitvinding aangaande een monnik Barthold Schwartz, die zich stortte op dit ontwikkelen betreffende verwoestende krijgsmiddelen, in plaats over de vreedzame orderegels betreffende bestaan klooster te praktiseren.

Dit vormt duidelijk het nu kunst geen regeringszaak mag bestaan, een heilzame kracht met een Maecenaten der vorige eeuwen, welke ook bij magistraten ingeval kooplieden werden tot uw beschikking, op luttele uitzonderingen na, alsnog slechts in de herinnering bestaat.

De St. Annastraat ontleende haar titel aan het klooster betreffende deze heilige. Bij de opheffing over de conventen werd verder dit St. Annaklooster met bestaan voormalige bestemming onttrokken. In Bleyswijcks dagen waren de gebouwen en kloosterterreinen al ‘geheelijck tot woonsteden en tuynen geaccomodeert’.

Met een noordzijde der Choorstraat  - in een wandeling Koestraat geheten (In Leiden verbasterde men de Choorstraat tot ‘Kortstraat’) – ontdekken wij alsnog een bekend graveur ofwel ‘plaetsnijder’ bijvoorbeeld een oud-Hollandse benaming luidt. Ons met bestaan bekendste werken is de ‘Ware afbeeldinghe met Delflandt’, die in 1611 door hem werden ‘ghemeten, ghecarteert ende int licht ghebracht.

nog iedere keer in zwang kan zijn, enigszins mits een oud-Hollandse benamingen der maten en gewichten, drukte dit hiërarchische denkbeeld overduidelijk uit. Edoch, al dit antieke is nieuw geworden en voor alles wil ik zelfs een schijn over ons ‘lover van 't verleden’ in al die opzichten te wezen, zoveel geoorloofd te vermijden.

Een paar huizen nader oefende Joost Isbout dit ambacht aangaande ‘raswercker’ uit. Deze was wever betreffende een soort van laken, het, zo men beweert, genoemd is tot de plaats Arras, waar dit weefsel werd uitgevonden. In de wandeling werden het voor verkorting ook wel 'ras' genoemd.

Ons duidelijk bewijs, dat sedertdien ten minste een paar huizen tot één werden verbouwd. Op een grote plattegrond betreffende een stad Delft, door een zorg en onder toe­zicht betreffende Van Bleyswyck in 1675 en volgende jaren ver­vaardigd, telt men minder huizen, vervolgens in dit kohier aangaande het haardstedegeld over 1637 geraken opgegeven en niet zo vervolgens in een legger der verponding aan 1620 bestrijden. Zomede in dit register hier betreffende het haardstedegeld over 1600, dat het tot gids dient.

Aan de westzijde met een Jacob Gerritszstraat prijkte in ons gevel een steen, waarna ons voorstelling was uitgebeiteld, waaronder te  bekijken stond: ‘Inden blinden Esel’, ons variatie op een verdere gebruikelijke epitheta aangaande dom, lui, koppig, enz., welke aan het toonbeeld van geduld en eenvoudigheid door de ondankbare mens, die de goede kenmerken over het erg miskende dier te zijnen bate aanwendt, sedert onheugelijke tijden werden gegeven.

Alle huizen en huisjes op de Boterbrug waren destijds eigendom over een plaats en aan verschillende personen verhuurd, zoals met een kleermaker; met ‘Franchois de boode op Middelburch’; met een kuiper; een knoopmaker en anderen.

In gelijke nabijheid treffen wij alsnog Gysbrecht Henricxz, die wanneer ‘ossenslager’ wordt vermeld. Hoe buitenissig dit het verder moge vermijden, werden daar toentertijd en in vroegere tijden alsnog streng onderscheid geschapen tussen koeien- en ossenvlees, getuige tussen andere een veroordeling op 28 April 1542 over Pieter Jonge Dircksz, vleeshouwer, daar hij bestaan vlees ‘onderstoken’ had en koeievlees wegens ossevlees verkocht.

Men houde hierbij in 't oog, dat er toentertijd alsnog nauwelijks zweem over uniformiteit bestond, althans bij een aanvoerders in het Statenleger, en er nauwelijks reglementaire bepalingen waren die een gestalte enzovoorts aangaande dit gevest der degens voorschreven. Een historie over elk volk levert trouwens voorbeelden genoeg op over dit in praktijk gebrachte: “Regis ad exemplar totus componitur orbis”,

Bovenstaand deel aangaande een Oude Delft behoorde tot het 15e kwartier ofwel ‘block’ van de plaats, het binnen bestaan grenzen een aanzienlijk deel der toenmalige Delftse aristocratie of patri­cische families bevat hield. Betreffende een toentertijd bloeiende geslachten bestaat daar thans welhaast geen enkel verdere.

Wellicht dat de bewoners uitmuntten in dit bezigen van scheldwoorden, een eigenschap welke in veel steden met het vaderland aan een bewoners betreffende enkele buurten of stegen werden toegeschreven. Nu bestaan die onderscheiding hier en daar nog slechts voor uitzondering. Of op deze plaats aan een verbastering, bijvoorbeeld voor die betreffende ‘Donkersteeg’ in ‘Dronkensteeg’ gedacht dien geraken, durf je niet te beweren. Bleyswijck, welke veel op dergelijke ‘wangebruik’ pleegt te wijzen, zwijgt daar op deze plaats in ieder geval aan.  

Volgens het advertentie bezit zij uiteraard een eerbiedwaardige ouderdom aangaande meer dan vijf eeuwen achter een rug en is dit oudste monument aangaande dien aard, dat Delft nog kan aanwijzen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *